Beroemdheden op de Renderklippen

545
“Lad is echt een superlieve hond, misschien wel de liefste, maar toch ook wat autistisch.”

Ze zijn met voorsprong de bekendste honden van de wijde omgeving. Een foto van een van hen op facebook is steevast goed voor vele duizenden bezoekers, honderden duimpjes omhoog en tientallen liefdesverklaringen. Iedereen die weleens op de Renderklippen wandelt, kent ze. Het zal Lad en Tim van de schaapskudde Epe-Heerde worst zijn. Als hun baas, herder Lammert Niesing, maar tevreden is over hun functioneren.

Tim en Lad zijn de opvolgers van Bob en zijn dochter Missy, twee onvergetelijke schaapshonden. De razend populaire Missy was zelfs zo goed in haar werk, dat ze aan een blik in de ogen van haar baas voldoende had om te weten wat er van haar verwacht werd. En zelfs dat had ze soms niet eens nodig. Nadat ze was ingeslapen, treurden meer dan vijfhonderd mensen in woord en gebaar op de facebookpagina van de kudde.

Lad kwam 3 jaar geleden bij de kudde, toen Bob met pensioen was en Missy in ernstige mate suikerziekte had. Hij is 4 jaar geleden geboren in Ierland en zat bij Serge van der Zweep in Heteren, een befaamd trainer van wedstrijdhonden. Lad is de verklaring voor de Engelse opdrachten die Lammert en zijn vervangers Bastiaan Niesing en Fred Mekelenkamp de schaapshonden geven. Kreten als ‘lie down’ (liggen), ‘away’ (naar rechts), ‘come bye’ (naar links) en ‘that will do’ (genoeg zo) schallen regelmatig over de hei en door de bossen.

‘Op zo’n moment is hij eigenlijk net een klein kind dat aan het donderjagen is’

ADHD
“Lad was eigenlijk een noodsprong”, vertelt Lammert. “Doordat Missy doodziek was moest ik er ineens een hond bij hebben, want zonder hond kun je niet werken. Toen ben ik bij Serge geweest en de enige hond die hij over had, was Lad. Hij doet honden die niet wedstrijdwaardig zijn, van de hand. En wedstrijdvaardig is Lad duidelijk niet. Hij is echt een superlieve hond, misschien wel de liefste, maar toch ook wat autistisch, hij heeft ADHD; alles bij elkaar. Al vanaf het begin. Dat kon ik toen ook wel zien, maar toen dacht ik nog dat hij met een jaar wel rustiger zou worden. Maar hij is niet veel veranderd, al wordt hij wel wat toegankelijker. Hij kan op de hei echt heel goed werken, dat moet ik er wel bij zeggen, maar als hij bij de kooi komt, wordt hij heel druk, de spanning is daar heel groot voor hem. Als ik de schapen uit de wei haal en ze er weer in doe, denkt elke normale hond: ‘Het is klaar, ik ga lekker bij het hek liggen en krijg een aai over m’n bol’. Maar Lad dendert er dan nog even doorheen. Dan moet ik goed uitkijken dat hij geen schaap grijpt, schreeuw ik een keer ‘Lad, that will do’ en legt hij z’n oren in z’n nek. Op zo’n moment is hij eigenlijk net een klein kind dat aan het donderjagen is. Hij vliegt er omheen en springt over het hek en daarbij moet je uitkijken, want hij springt zo voor een auto of tegen een kind, want daar is hij op dat moment blind voor. Eigenlijk doet hij het op z’n best als ik alleen met hem ben. Maar vorig jaar had hij een keer een bui dat ik helemaal niks aan hem had. Hij vloog alle kanten op, behalve de goede. Ik kon toen zelf om de schapen heen lopen om ze bij elkaar te jagen. Dat kun je ook met hem hebben.”

“Tim heb ik misschien wel te veel verwend, want hij is gewoon strontjaloers.”

Grommen
Korte tijd nadat Lad aan het werk was gegaan, kwam Tim de kudde versterken. Hij is een zoon van een hond van de Loenense schaapskudde. De eerste maanden bleef hij meestal thuis in Marle en die periode werd nog eens verlengd toen hij tijdens zijn werk een ernstige pootblessure opliep. Maar sinds hij daarvan is genezen, is hij dagelijks aan het werk op de Renderklippen. “Hij is nog wel jong en druk, nog vrij fanatiek soms. Op zich een schat van een hond”, vindt zijn baas. “Sinds de winter heeft hij van dat domme gedrag dat hij als een idioot loopt te rennen om de kooi, net als Lad. Als werkhond moet je met hem aan de gang blijven, je moet hem steeds de goede kant op sturen. Het is beslist geen automatisme, wat Missy heel erg had. Bob was ook een lieve hond, maar met Missy had ik het zo getroffen, die heeft me echt verwend. En ik heb Tim misschien wel te veel verwend, want hij is gewoon strontjaloers. Als ik in de kantine zit, wil hij bij me zijn, terwijl Lad het liefst buiten blijft. Als die toch naar binnen komt, zit Tim soms al te grommen om duidelijk te maken dat hij binnen de baas is.”

“Daisy is soms zo fanatiek als de bliksem, ze wordt een toppertje.”

Toppertje
Eind vorig jaar kreeg de kudde er een puppie bij, Daisy, afkomstig van de schaapskudde op de Ginkelse heide. Ook zij wordt thuis opgevoed en mag steeds vaker mee naar de kudde om het vak te leren. Ze kijkt de kunst af van Lad en vooral Tim. “Ze is soms ook zo fanatiek als de bliksem. Ik ben veel met haar bezig. Sommigen zeggen dat je elke dag met zo’n jonge hond moet trainen, anderen dat één keer er week genoeg is. Ach, je moet toch doen wat je denkt dat goed is. Het mooiste is als ze de goede dingen overneemt van de beide andere honden Ze heeft al wel in de gaten dat de schapen donders benauwd zijn voor haar. Als ze thuis achter mijn schapen aan gaat, pakt ze er weleens een van achteren en laat ze niet meer los, dan slingert ze er zo achteraan. Hier heeft ze gelukkig heel wat meer ontzag voor de schapen. Maar ik ben er niet bang voor, ze wordt wel een toppertje.”

Eén keer per jaar gaat de kudde het vertrouwde gebied uit, als de schapen op ambachtelijke wijze geschoren worden. Dat gebeurt dit jaar op zaterdag 15 juni op het grasveld naast de Grote Kerk in Epe, waar Ondernemersvereniging Epe het schaapscheerdersfeest, dat in de even jaren in Heerde en in de oneven jaren in Epe wordt gehouden, omlijst met allerlei leuke activiteiten. Lammert neemt die dag altijd maar één hond mee die de kudde moet sturen. “In het verleden altijd Missy, nu Tim, want die is in dat soort situaties toch de beste.”

Tekst en foto’s: Jan Stenvert