Laura van Essen in Peru: ‘Het maakt niet uit wat je achtergrond is’

576
Laura van Essen: “In Nederland hebben we het heel goed. Ik wil proberen te helpen om het iets eerlijker te verdelen.”

We kennen allemaal wel mensen die vroeger bij ons in de buurt woonden of werkten, maar die daarna ‘de wijde wereld’ ingetrokken zijn. In de artikelenserie ‘Hoe zou het gaan met?’ vragen we voormalige Veluwenaren naar hun leven ‘in den vreemde’ en hun herinneringen aan de voormalige woonplaats. Deze keer spreken we Laura van Essen uit Epe, die nu al een aantal jaar in Moyobamba woont, een stad in de jungle van Peru.

Het is niet direct voor de hand liggend voor een jonge vrouw uit Epe om in de jungle in Peru te belanden. Laura glimlacht wanneer haar gevraagd wordt hoe ze in Moyobamba terecht kwam. “Dat is een proces geweest van een aantal jaren”, zegt ze. “Ik studeerde verpleegkunde, maar ik vond dat eigenlijk niet zo leuk. Daarom kwam ik op het idee om naar het buitenland te gaan om ontwikkelingswerk te doen. Ik ben toen bijvoorbeeld in Suriname geweest en later ook in Peru. Hier kwam ik in contact met de kleine hulporganisatie San Lucas in Moyobamba. Ik dacht meteen ‘hier wil ik wel werken’.”

Nadat ze een periode met plezier voor deze organisatie had gewerkt, ging Laura terug naar Nederland en pakte een studie gezondheidswetenschappen op. “Maar ik ben steeds weer teruggegaan naar Peru, bijvoorbeeld voor mijn masterscriptie”, vertelt ze.” Tijdens de derde keer in Moyobamba kwam ik mijn man tegen, die ook voor San Lucas werkte.”

Laura (derde van links): “We gingen blokfluitles geven aan de kinderen, omdat we dachten dat dit zou kunnen helpen bij het ontwikkelen van hun spraakvermogen. Daaruit is onverwacht een heel orkest gegroeid.”

Kwetsbare mensen
Daarmee kreeg haar verblijf in Peru een permanenter karakter. Inmiddels heeft Laura samen met haar Peruaanse man een zoontje, Silas, die tijdens het video-interview een paar keer van zich laat horen. “We hebben hem ‘Silas’ genoemd omdat je die naam hetzelfde uitspreekt in het Spaans als in het Nederlands”, vertelt ze over haar zoontje, die ondertussen verbaasd in de camera kijkt. “Want ik praat Nederlands tegen hem en we willen natuurlijk niet dat hij zijn eigen naam niet snapt.”

Mensen lijken vaak heel veel op elkaar of ze nu uit de stad komen of van het platteland

Laura werkt nog steeds voor San Lucas, een organisatie die vanuit christelijke beginselen op allerlei manieren kwetsbare mensen ondersteunt. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om programma’s op het gebied van sociale omstandigheden en gezondheid. “Ik doe de coördinatie van onze gezondheidsprogramma’s”, legt ze uit. “Het grootste programma doen we voor kinderen met schisis – in Nederland vaak ‘hazenlip’ genoemd. We verzorgen een gratis behandelpakket met bijvoorbeeld medische ondersteuning, spraakles, orthodontie en sociale ondersteuning. Het bieden van zo’n totaalpakket is echt uniek hier. Op die manier zorgen we ervoor dat die kinderen een kans krijgen in de maatschappij. Dat is belangrijk, want er kleeft hier nog altijd een stigma aan mensen met schisis.”

Laura hoopt dat mensen financieel willen blijven bijdragen aan het goede werk dat ze met San Lucas doet voor (onder meer) kinderen.

Uit het schisis-project is een ander project voortgekomen, vervolgt Laura. “We gingen blokfluitles geven aan de kinderen, omdat we dachten dat dit zou kunnen helpen bij het ontwikkelen van hun spraakvermogen.” Daaruit is onverwacht een heel muziekproject gegroeid. “We zagen de kinderen helemaal opbloeien van de muzieklessen en daarom zijn we ermee verder gegaan. Er kwamen steeds meer instrumenten bij, waardoor de groep langzamerhand is uitgegroeid tot een heel orkest.”

In dat orkest zitten overigens niet alleen kinderen met schisis. “Ook kinderen zonder schisis doen mee. Zij betalen voor de muzieklessen en daar kunnen we het hele project mee financieren.”

Zelf speelt Laura viool in het orkest. “Een aantal jaar geleden was ik zo ongeveer de enige violist in Moyobamba, maar nu zijn het er inmiddels velen”, glimlacht ze.

Enige jaren geleden was Laura zo ongeveer de enige violist in Moyobamba. “Maar nu zijn het er inmiddels velen”, glimlacht ze.

Menselijk
Laura praat enthousiast over haar bezigheden voor San Lucas. Het roept de vraag op waarom ze het werk zo graag doet. Heeft het te maken met haar christelijke achtergrond? In Epe zat ze immers op de christelijke basisschool K. Norel en haar middelbareschooltijd bracht ze door op de reformatorische scholengemeenschap Jacobus Fruytier in Apeldoorn. “Ja, dat heeft er wel wat mee te maken. Het goede doen voor een ander wordt in ons geloof benadrukt. Maar ik denk dat het ergens ook wel gewoon bij me hoort, opkomen voor mensen die het slechter hebben dan ik. In Nederland hebben we het heel goed en ik wil proberen te helpen om het iets eerlijker te verdelen. Volgens mij is dat menselijk en heeft dat niet alleen iets te maken met een christelijke achtergrond.”

Laura benadrukt dat ook de stichting San Lucas niet met een religieuze bril naar mensen kijkt. “We helpen íedereen. We gaan echt niet van te voren aan hulpbehoevende mensen vragen of ze eigenlijk wel christelijk zijn.”

Er is voor Laura veel te doen in Peru. Ze komt dan ook niet vaak terug in Nederland. “Als ik aan Epe denk, zie ik vooral de bossen en de hei.” Ook vindt ze het mooi dat er in Epe zoveel verschillende mensen wonen. “Epe is echt een mix van oorspronkelijke bewoners en mensen die van ergens anders naar Epe zijn verhuisd. Ik heb een tijdje op woonzorgcentrum De Boskamp gewerkt. In de ene kamer sprak ik dan dialect en in de volgende kamer trof je opeens iemand met een Amsterdams accent. Dat vind ik prachtig. Ik kan genieten van dat soort verschillen.” En ze heeft er ook veel van geleerd. “Ik weet nu dat het eigenlijk niet zoveel uitmaakt wat je achtergrond is. Mensen lijken vaak heel veel op elkaar, of ze nu uit de stad komen of van het platteland, en of ze latino’s of Nederlands zijn.”

Fietsen
Laura sluit niet helemaal uit dat ze ooit weer (een tijdje) in Epe zal komen wonen. “Tot een paar jaar geleden dacht ik dat ik mijn hele leven in Peru zou blijven”, zegt ze. “Maar toen ik in juni vorig jaar op bezoek was in Nederland ging het toch kriebelen. Ik had voor het eerst het gevoel dat ik eigenlijk wel langer zou willen blijven. Dus misschien gaan we ooit wel voor een periode naar Nederland. Mijn man wil dat ook wel.”

En dan wordt het waarschijnlijk Epe, zegt ze. “Mijn Nederlandse vriendinnen wonen nu allemaal in grote steden. Maar ik heb zoveel van de wereld gezien, dat ik me prima thuis zou voelen in een dorp als Epe. Heerlijk fietsen door de bossen.”

Voordat het eventueel zover is, ligt er nog veel belangrijk werk te wachten in Peru. En natuurlijk is daar geld voor nodig. “We zijn een kleine organisatie en we kunnen het werk doen dankzij giften van allerlei mensen en organisaties. Daarom probeert een Nederlandse stichting, ook onder de naam San Lucas, geld op te halen waarmee we onze projecten kunnen blijven uitvoeren.”

Op de vraag of ze zich wel eens zorgen maakt over het voortbestaan van San Lucas, verschijnt er een glimlach op Laura’s gezicht. “Wat dat betreft heb ik echt iets geleerd van de mensen in Peru. In Nederland raken we meteen helemaal in de stress wanneer er niet meteen genoeg geld is voor een project. Maar de mensen hier houden altijd vertrouwen dat het goed komt. ‘We doen goed werk dus er zal geld komen’, zeggen ze dan. Ik probeer ook zo te denken. Ik hoop dat mensen inzien hoe belangrijk ons werk is en ons financieel blijven ondersteunen.”

www.sanlucasnederland.nl

Tekst: Henk-Jan Hoekjen
Foto’s: Laura van Essen